Historie

drpoelsschool lucht1 web formaatUit “PEEL EN MAAS” van zaterdag 5 januari 1952
SCHOLEN.
Zoals reeds bekend is, is de Bijz. Jongensschool in Venray Kom met    ingang van 1 Januari gesplitst in drie scholen. De eerste school, de “St. Petrus Banden School”, wordt beschouwd als de voortzetting van de oude school. Zij is ondergebracht in het nieuwe gebouw en omvat zes klassen, benevens twee klassen voortgezet gewoon lager onderwijs. *) Deze voortgezette lager onderwijsschool zal dan de centrale school zijn voor de parochie “St. Petrus Banden”.  De bezetting denkt men zich op direct 217 leerlingen voor de gewone school en 44 voor het voortgezet lager onderwijs. De tweede school is de Henseniusschool en omvat zes klassen, met per 1 Januari 215 leerlingen met zes leerkrachten. De derde school is Dr. Poelsschool gedoopt en krijgt 126 leerlingen, verdeeld over 6 leerjaren, met vier leerkrachten. Per 1 Sept. a.s. rekent men op een vijfde leerkracht en per 1 Sept. 1953 op een zesde kracht. De beide laatste scholen blijven voorlopig ondergebracht in het tegenwoordige noodgebouw, terwijl zij te zijner tijd zullen worden ondergebracht in de beide nieuwe scholen, welke men zich heeft gedacht aan de Langeweg en in Venray-Oost.Het R.K. Parochiaal Kerkbestuur vroeg aan de stichting van de Henseniusschool en de Dr. Poelsschool de nodige medewerking te willen verlenen voor het beschikbaar stellen van de vereiste lokalen in de huidige noodschool. Aangezien de nodige stukken daar voor aanwezig waren, verleende de Raad zonder meer de gevraagde medewerking.
*) voetnoot Sijf:
Wij kennen dit als de 7e en 8e klas. In die tijd was men leerplichtig tot 14 jaar. Als je dan de twee klassen van het voortgezet lager onderwijs had doorlopen, kon je stoppen met leren en gaan werken.
 
Noodschool PatersstraatUit “PEEL EN MAAS” van zaterdag 2 augustus 1952 
TWEE SCHOLEN.
De VOORZITTER had vervolgens, zoals hij vertelde, nog een klein puntje. Er is namelijk door het Ministerie van Wederopbouw en het Ministerie van Onderwijs een prijsvraag uitgeschreven voor de bouw van halscholen; een prijsvraag, waaraan o.a. ook deel nam het aannemersbedrijf uit Venray. Het resultaat van deze prijsvraag is geweest, dat de Fa. Nelissen 5 scholen van het door hen ontworpen type mag bouwen in Zuid Nederland en dat zij zelf mag kiezen uit een lijst van Gemeenten die nog scholen nodig hebben. Op deze lijst prijkt ook Venray liefst met 2 scholen. De Fa. Nelissen biedt Venray nu 2 van die scholen aan.
Deze scholen zijn zeer voordelig en praktisch. De bouwkosten kunnen gehaald worden uit het geblokkeerde tegoed van de Gemeente en het Rijk nm. fl. 290.153,26 dat mag gebruikt worden om scholen te bouwen.
Gezien de noodzaak, dat de Venrayse jeugd nu eindelijk eens bevrijd wordt uit de barak in de Patersstraat, gezien ook de voordelige wijze waarop gebouwd kan worden op kort tijdbestek en gezien verder de gemakkelijke wijze, waarop men geld hiervoor kan krijgen, stellen B en W voor om dit aanbod van de Fa. Nelissen aan te nemen. De nieuwe scholen, Hensenius- en Dr. Poelsschool, zullen gebouwd worden op de Langeweg nabij de St. Annakapel en op de Langeweg hoek Hoenderstraat.
De heer VERMEULEN vindt dit een vreemde geschiedenis. Hoe is het mogelijk dat de Fa. Nelissen hier zo maar in een keer 5 scholen kan bouwen, dat er geen aanbesteding hoeft plaats te hebben, kortom dat hier geen enkele beperking in de weg wordt gelegd, terwijl kleinere aannemers geen schijn van kans hebben. Ook de heer de BRUYN *) is het met de handelswijze van het Departement niet eens, hij had liever gezien dat alle Venrayse aannemers een kans kregen aan deze scholen. De heer Fr. Janssen geloofd dat de zaak iets anders lag. Men kan deze handelswijze van het Departement betreuren en men kan daar veel commentaar op geven. Maar de kwestie waar de Raad voor staat is, of zij deze twee scholen laat bouwen nu op dit moment, nu men ze krijgen kan en er geld voor is, of dat men zegt neen we willen wachten, maar dan ook het risico lopen, dat het nog jaren kan duren en dat er dan geen geld is. Alleen moet hem van het hart dat de Voorzitter wel wat optimistisch is met dit een klein puntje te noemen. Niemand weet hoe de scholen er uit zien, wat voor materiaal gebruikt wordt, kortom er is totaal niets van bekend. Spreker zou daarom graag zien, dat bij een verdere voortgang van deze zaak de Commissie van openbare werken zou ingeschakeld worden. De heer ODENHOVEN vindt het buitengewoon, dat Venrayse jeugd eindelijk bevrijd zal worden uit deze barak, die dan weer voor andere doeleinden geschikt is. De heer STEEGHS snapt de redenatie van sommige heren niet goed. Hier kunnen twee scholen gebouwd worden door een Venrayse aannemer, met Venrays personeel, en nu is het niet goed. Het zou de eerste keer niet zijn, dat bij een openbare aanbesteding een Venrayse aannemer er niet aan te pas kwam. Hij is dus voor deze schoolbouw. VOORZITTER vraagt zich ook af of het de taak is van het Gemeentebestuur of de Raad deze handelswijze van het Departement te bekritiseren. De zaak is, dat hier twee scholen kunnen gebouwd worden. Doet dit het Schoolbestuur, dan heeft de Raad niets anders te doen als volgens art. 72 der LO-wet gelden beschikbaar te stellen. Wie die dan bouwt, hoe en waarmee is een zaak van het Schoolbestuur. Bouwt het Schoolbestuur niet, dan kan de gemeente dit doen en volgens zijn mening moet de gemeente dit ook doen, want een dergelijke kans zal niet meer geboden worden.
Bovendien kan men de Fa. Nelissen toch moeilijk als een niet Venrayse aannemer beschouwen, gezien de bedragen, die zij hier verloont, dus …
De heer Fr. JANSSEN wil nader tekst en uitleg over de verhouding Schoolbestuur en Gemeente, daar hij sterk de indruk krijgt, dat de Gemeente altijd de vuile was moet doen, en de verwijten krijgt, ook als ze totaal niets te maken heeft met allerlei kwesties. De VOORZITTER legde dan nogmaals uit, dat het Schoolbestuur in eerste instantie bouwheer is van de scholen. De Raad heeft dan niets te doen als geld geven en daarmede houdt alles op. Wenst het Schoolbestuur niet te bouwen, dan moet de Gemeente bouwheer zijn en heeft dus de Raad inderdaad zeggingsmacht over bouwwijze, aanbesteding enz. enz. In het eerste geval heeft de Raad niets te vertellen, in het tweede geval spreekt hij een woordje mee. De heer Fr. JANSSEN hoopte dan maar dat het Schoolbestuur zou bouwen, daar men dan eventuele klachten ook rustig hierheen verwijzen kon. Dan bracht de VOORZITTER deze schoolkwestie in stemming waarbij de heer VERMEULEN hoofdelijke stemming vroeg. De heren Vermeulen, Selder en de Bruyn stemden tegen dit voorstel, zodat binnenkort twee nieuwe scholen zullen verrijzen.  
*) voetnoot Sijf:
Is de vader van onze klasgenoot Harrie de Bruyn.