Plan nieuwbouw

Hoenderstraat 1942 (2)
Uit “PEEL EN MAAS” van zaterdag 29 november 1952
SCHOLENBOUW.
B. en W. deelde mede, dat de bouw van de Dr. Poelsschool en de Henseniusschool is goedgekeurd. Zij stelden derhalve voor om voor deze kapitaalswerken een vaste lening te sluiten bij de Ned. Credietbank.De heren SELDER, VERMEULEN, en ODENHOVEN zijn ietwat verwonderd. Toen het College met plannen kwam voor de bouw van deze scholen, is de suggestie gewekt, om het voorzichtig te zeggen, dat ze gefinancierd zouden kunnen worden uit geblokkeerde gelden, die de gemeente nog bij het Rijk heeft staan.De heer ODENHOVEN ging zelfs nog verder en meende dat B. en W. toen vertelden, dat binnen enkele dagen met de bouw begonnen zou worden. De VOORZITTER gaf toe, dat B. en W. inderdaad de financiering zo heeft voorgeteld, maar dit is mislukt. Den Haag ging er niet mee akkoord en dus heeft men andere wegen moeten zoeken. Dat is de lening bij de Credietbank. Dat B. en W. zouden hebben voorgesteld, dat binnen enkele dagen met de bouw begonnen kon worden, moest de VOORZITTER afwijzen, wel is gesproken over de enkele dagen, die de termijn slechts duurde om de scholen te bespreken bij de aannemer. De heer DE BRUYN wil er verder niets meer over zeggen. Maar dat de scholen er komen en het geld geleend moet worden blijkt dat ze bitter duur zijn en dat er dus weer eens misbruik gemaakt is van de nood te Venray.
En daarop besloot de Raad zonder meer zijn goedkeuring aan deze lening te geven. 
Uit “PEEL EN MAAS” van zaterdag 31 oktober 1953

SCHOLEN.
De U.L.O. is klaar en heeft nieuw meubilair en leermiddelen aan te schaffen t.b.v. fl. 3731,40. Voor inrichting van leraarskamer en gordijnen zijn verder nog nodig fl. 701, terwijl er verder rekeningen liggen van de nieuwe Dr. Poels- en Henseniusschool aan matten enz. ten bedrage van fl. 2795. De Raad wordt om de nodige medewerking gevraagd ingevolge de Lagere Onderwijswet. De heer F. Janssen beklemtoonde nogmaals, dat dit alles dwaasheid is. De lieve jeugd zit al lang op die banken en de gordijnen hangen er al lang. Of ´t nodig is, weet niemand, maar de raad heeft slechts ja te knikken, of men wil of niet. Dat is toch wel een dwaze vertoning.Uit het antwoord van de VOORZITTER blijkt dan nogmaals, dat dit een puur formele kwestie is, die nu eenmaal volgens de wet zo geregeld is.