Sijf Roos

1957 2e klas: nog zonder tand des tijds

1957 2e klas: nog zonder tand des tijds

… de commissarissen zaten in hun duffelse jassen op de dromedarissen, terwijl  haviken en leeuweriken rond hun hoofden cirkelden …
En dat schreven we dan in de 6e klas, voor mijn gevoel, elke morgen weer opnieuw. Wat kwam mij dat ongelooflijk de strot uit!! En dan hadden we als dagsluiting nog even een rekensommetje: (306.524 x 874.969) : (296.112 x 622.696)
En denk maar niet dan Jan Gooren zijn trucje, om dit soort sommen snel op te lossen mocht toepassen. Ook hij ontkwam niet aan dit dagelijkse telwerk.
Zo is men er toen in geslaagd om mij een gruwelijke hekel te laten krijgen aan school en aan leren. En ik moest nog zo lang …

En dan hadden we ook een aantal keren per week na de normale schooltijd een toetje in de vorm van een cursus. Dit ter voorbereiding op het middelbaar onderwijs. We werden, samen met uitverkoren leerlingen van de Henseniusschool, nog eens extra getrakteerd op (ik heb het voor de zekerheid nog maar even nagekeken) ¨Zuiver schrijven¨, ¨Ontleden¨, ¨Rekenen¨, ¨Geschiedenis¨, ¨Aardrijkskunde¨ en ¨Frans¨. En al dit lekkers werd ons geserveerd door de meester-koks Clephas, van de Heuvel en last but not least  Koppers. Vooral aan deze laatste heb ik warme (oren) herinneringen overgehouden.

1962: met Frad Janssen in onze Plechtige Communie outfit

1962: met Fred Janssen in onze Plechtige Communie outfit

Zo werden we klaar gestoomd voor de pubertijd jaren. Ik was volgens meester Janssen rijp voor het Gymnasium, maar dat waren nog eens 6 (!) jaren studeren.

En daarbij gingen de jongens uit mijn buurt in de Hoenderstraat allemaal naar de HBS: Fred Jansen, van de schilder; Piet Oudenhoven; Piet Jeuken van de Végé; Jan en Huub de Bruyn, 2 broers van Harry. En … de HBS was maar 5 jaren. Dat ik er achteraf 7 jaar over heb gedaan, wist ik toen gelukkig nog niet.
De eerste 3 jaren gingen nog heel soepel. Met minimale inspanning en meer dan tijd genoeg om mijn puberactiviteiten uit te voeren en de jacht te openen op het andere geslacht. Toch dacht ik, tijdens een windstilte van mijn hormonen stormen, nog wel eens na over mijn toekomst. Wat wilde ik straks worden? Uiteindelijk wilde ik gaan voor het vak, waarin ik constant uitblonk en de hoogste cijfers haalde: Lichamelijke Opvoeding. Sportacademie, here I come!! Het is intussen 1965 en ik zit in de 4e klas. De studieresultaten zijn matig tot slecht en de overgang naar de 5e klas hangt aan een zijden draadje.

1963: met René van Lieshout op zoek naar de eerste grote liefde.

1963: met René van Lieshout op zoek naar de eerste grote liefde.

Dan krijg ik begin juni een keelontsteking, waar ik mee door blijf lopen. Ik kon toch niet in bed blijven als ik een afspraak had met mijn toenmalige verovering Margriet Bonants, een meisje van de Spurkt. Ik voelde me intussen wel steeds beroerder en mijn urine werd donkerrood. Op zaterdag 26 juni voelde ik me zo ziek, dat ik het mijn ouders ook maar verteld heb. Mijn vader ging meteen met een potje met mijn urine naar de huisarts. Nog diezelfde avond lag ik in het St. Elisabeth ziekenhuis. Diagnose: acute Nierontsteking, veroorzaakt door een verwaarloosde keelontsteking. Na een verblijf van 25 dagen, waarbij Theo van de Werken mij ook nog een aantal dagen gezelschap is komen houden, werd ik weer ontslagen en volgens mij was ik ook weer helemaal de oude. Intussen was wel duidelijk geworden, dat ik de 4e klas nog een keer over mocht doen. Maar wie maalde daar om. De Venrayse kermis stond voor de deur en ik liet me weer helemaal gaan: kermisattracties, meisjes, bier, weinig rust, kou en aan het einde van de kermisweek weer donkerrode urine. Ik ging dus weer het ziekenhuis in. De St.Jozef afdeling werd voorlopig weer mijn thuis.

Na een paar weken kwam er weer eens een bed vrij en we waren altijd weer nieuwsgierig wie er in zou komen te liggen. Maar deze keer geen onbekende man met een knieprobleem, of met een verstopte neus, of met maagproblemen of met aambeien. Nee, deze keer was het een goede bekende: Wim van Gastel, een oud klasgenoot. Maar wat hij mankeerde, wisten de doktoren nog niet.
Ik was Wim na de lagere school een beetje uit het oog verloren. Toen we nog samen op de Dr.Poelsschool zaten, ben ik regelmatig bij hem thuis geweest. Wim woonde achter op de Hoenderstraat en de tuin grensde aan de achterkant aan de Notarisberg, waar toen alleen nog maar het huis van burgermeester Custers in aanbouw was. Verder kon je daar nog vrijuit ravotten. Wim was enig kind en had, wellicht daardoor, een grote verzameling ¨Dinky Toys¨. Daar heb ik altijd alleen maar van kunnen dromen.
En daar lagen we dan. Twee jongens van 16 op één kamer, met nog 17 andere, allemaal oudere, mannen. Wim lag schuin tegenover mij in een hoek van de kamer, met rode vlekjes op armen en benen, waarvan de herkomst niet duidelijk was. En verder lagen we daar maar wat. Ik moest zo veel mogelijk rusten en wat ze met Wim van plan waren, was niet duidelijk. Vooralsnog helemaal niets. De bezoekuren boden nog enig vertier en tot mijn verrassing kwam op een middag ook Margriet Bonants op bezoek. Maar wat gebeurde? Margriet kwam niet voor mij maar voor Wim! Ze bleek een nicht te zijn van Wim. Verder had ze intussen ook al weer een ander vriendje, zo hoorde ik later.
Zo verstreken de dagen. De St.Jozef afdeling bevond zich in een oude houten barak. Maar omdat er een nieuwe kinderafdeling was gebouwd, kwam de ruimte van de oude kinderafdeling vrij en daar werd de complete St.Jozef afdeling naar toe verhuisd. Wim en ik kwamen nu samen op één kamer en naast elkaar te liggen. Wim kreeg nog steeds alleen maar wat onderzoeken en verder werd hij met rust gelaten. Hij had nog steeds goede moed en zag de toekomst nog vol vertrouwen tegemoet. Behalve dat het aantal rode vlekjes toe was genomen, hoestte hij zo nu en dan wel wat bloedklontertjes op. Maar dat hoorde er bij en stelde niet veel voor, zo wist het verplegend personeel hem te vertellen.
Na 33 dagen kwam het moment dat ik weer naar huis toe mocht. Wim moest nog even blijven. Omdat ik voorlopig nog niet naar school mocht, het was intussen al weer half september, ging ik een paar keer per week  bij Wim op bezoek. Zijn toestand werd in mijn ogen niet slechter, maar verbeteren deed het ook niet. Het ophoesten van bloedpropjes bleef ook nog steeds doorgaan.
Toen stond Wim zijn vader op een zaterdagmorgen bij ons aan de deur. Wim had die nacht een longbloeding gehad en het was een aflopende zaak. Die middag ben ik nog bij hem op bezoek gegaan. Hij lag na alleen op een kamertje. Zijn vader en moeder zaten bij hem aan het bed en er om heen stonden nog enkele familieleden. Wim zijn borstkast ging snel op een neer en ik zag dat het ademen hem veel moeite kostte. Hij zei dan ook nauwelijks wat. Ik weet ook niet of hij mij gezien heeft, laat staan herkend. Ik weet ook niet of hij zich realiseerde dat het hem zo slecht ging. Ik had de indruk van niet. Zo heb ik daar enkele minuten gestaan. Alleen maar gestaan, al wist ik wel dat dit waarschijnlijk de laatste keer was dat ik hem zag. Behalve het snelle geforceerde ademhalen van Wim was het volkomen stil op de kamer. Niemand die wat zei. Tot Wim aangaf dat hij een behoefte wilde doen en een steek nodig had. Een verpleegster werd gebeld en dat was ook het moment dat ik de kamer heb verlaten.
Ik ben toen naar de kamer gegaan waar Wim en ik samen gelegen hadden. Ook daar was de stemming bedrukt. Men vertelde mij hoe het die nacht allemaal was verlopen, maar dat is allemaal langs me heen gegaan. Ik was zo leeg. Na een 20-tal minuten besloot ik om nog een laatste keer naar Wim te gaan en dan naar huis. Toen ik echter de kamer afliep om naar hem toe te gaan, liepen een paar familieleden van Wim in tranen via een zijuitgang het ziekenhuis uit. Wim was overleden…
 
“Het leven gaat door” is het cliché gezegde dan. Dus ook ik ging verder. Maar er is nogal wat tijd verstreken, voordat ik de draad weer heb op gepakt. Want behalve het verlies van een klasgenoot was ik met de nierontstekingen ook mijn toekomstperspectief verloren. Met zo’n medisch verleden kom je niet door de keuring op een sportacademie.
Het heeft uiteindelijk nog 3 jaren geduurd, voordat ik mijn HBS diploma op zak had. Het laatste jaar heb ik trouwens nog Gymnastiek les gehad van meester Theeuwen, die uiteindelijk ook van de lagere school af was.
1966: einde schooltijd in zicht

1966: einde schooltijd in zicht

Ik had intussen wel al mijn huidige vrouw leren kennen en was het leren spuugzat. En omdat ik door mijn ziekte niet in militaire dienst *) hoefde, ben ik meteen gaan werken; het was 28 augustus 1968. Mijn jeugd was voorbij.

 
Nog steeds geregeld denkend aan Wim,
 
Sijf Roos
 
 
*) Wie herinnert zich de dag van de keuring nog? Niet in Roermond, zoals dat in die tijd normaal was. Nee, onze lichting moet heel bijzonder zijn geweest, want wij gingen ’s morgens in alle vroegte met de bus naar Breda. Een hele buslading leeftijdgenoten, waaronder vele oude klasgenoten van de Dr.Poelsschool.